INLEIDING
Interessant is het proces waarbij nieuwe mensen een bestaande gemeenschap binnentreden. Zij worden opgevangen en geleerd wat de cultuureigenschappen zijn van de gemeenschap waarin zij terecht zijn gekomen. Het resultaat is: ze doen mee of houden zich afzijdig. In kleine gemeenschappen, zoals buurtschappen en dorpen is het moeilijker voor mensen om zich afzijdig te houden dan in grote gemeenschappen zoals steden.
De cultuureigenschappen vormen samen de volkscultuur van een gemeenschap. Volkscultuur gaat over het dagelijks leven, de alledaagse dingen. Het wordt ook wel immaterieel erfgoed genoemd. Het gaat daarbij om de "zachte kanten" van de maatschappij, zoals gewoonten, gebruiken, tradities, rituelen, folklore, normen en waarden. Deze elementen maken deel uit van de identiteit van een groep, gemeenschap, plaats of streek. Een cultuur is het resultaat van menselijk handelen. Een bepaalde cultuur kan lang voortbestaan, maar een cultuur is ook beïnvloedbaar en kan veranderen. Immers als mensen met elkaar andere dingen belangrijker gaan vinden, kan de bestaande cultuur van een groep veranderen. Naar mate de groep groter is, daalt het tempo van verandering van de groep. Sommige cultuuraspecten veranderen uiterst langzaam, omdat deze worden gekoesterd. Het gaat dan om tradities die een gemeenschap niet snel bereid is op te geven. Oude volksfeesten en kermissen zijn daarvan mooie voorbeelden.
Het feest van Sint Maarten: 11 november
Op 11 november vindt jaarlijks het feest van Sint Maarten plaats, de viering van een naamdag en in dit geval tevens de dag van zijn begravenis (316/317 - 11 november 397 na Chr.).
In het begin van zijn leven is Maarten een Romeinse officier geweest. Hij was afkomtig uit de oude Hongaarse stad Szombathely, die in 43 na Chr. door de Romeinen was gesticht en Colonia Claudia Savaria (later Sabaria) werd genoemd. Zijn naam dankt hij waarschijnlijk aan Martius (Latijn: Martinus). De naam betekent "afkomstig van Mars", de Romeinse god van de oorlog. Hij werd later, wegens het jaargetijde ook wel Sint Maarten in de Winter genoemd. In het jaar 371 werd hij bisschop van Tours, een oude stad in Frankrijk. Na zijn dood is hij heilig verklaard, omdat hij wonderen heeft verricht en een belangrijk vervolg heeft gegeven aan de verspreiding van het Christendom in Gallië, het huidige Frankrijk. Over zijn leven is in het jaar 400 na Chr. een levensbeschrijving of vitae verschenen. Na zijn overlijden en heiligverklaring zijn (veel) stukjes van zijn lichaam als relikwie verkocht. Deze kunnen worden aangetroffen in altaren van kerken en kloosters, ook in Nederland. Sint Maarten is de schutpatroon of beschermheilige van een groep ambachtslieden, namelijk de kleermakers.
De naamdag was ook belangrijk voor de boeren, omdat zij voor die datum moesten zorgen dat de producten van het land waren geoogst en na die dag het vee op stal werd gezet. Ook werden traditiegetrouw op deze dag ganzen geslacht en zogenaamde Sint Maartensvuren ontstoken (een oud gebruik van de Germanen ter ere van de god Wodan, een gebruik om te reinigen en de vruchtbaarheid van het land en vee in het nieuwe seizoen te bevorderen). Tot slot is Sint Maartensdag een zogenaamde merkeldag, een dag waarop het weer voor de toekomst werd voorspeld, wat tot uitdruikking komt in oude voksspreuken als: "nevels in Sint-Maartensnacht, maken de winter kort en zacht".
De kleuren waarmee Sint Maarten wordt geassocieerd zijn rood en wit. Het rood komt van zijn Romeinse mantel en wit was de kleur van zijn onderrok. Het aardige is dat het gemeentewapen van Beverwijk ook uit deze kleuren bestaat. Wellicht houdt dit verband met het feit dat Beverwijk op 11 november 1298 een stadsbrief mocht ontvangen van de graaf Jan I van Holland. Daarmee heeft deze datum in Midden-Kennemerland een extra betekenis gekregen.
De naamdag wordt in Midden-Kennemerland -evenals elders in Nederland- elk jaar gevierd met een lampionnentocht langs de huizen en winkels. De kinderen gaan met hun zelf gemaakte of gekochte lampionnen op pad, zingen Sint-Maartenliedjes en verzamelen op deze manier veel snoep.
Tegenwoordig worden eigentijdse of satirische liedjes gezongen. Evenwel, de oorspronkelijke liedjes zijn tot ons gekomen via oral history oftewel mondelinge overlevering. Vroeger zongen de mensen veel meer dan tegenwoordig. Liedjes zingen was ook een veel gebruikt middel om belangrijke berichten te verspreiden, waarbij middeleeuwse muzikanten of troubadours een belangrijke rol vervulden.
De lampions werden oorspronkelijk gemaakt van (suiker)bieten en koolraap. Tegenwoordig worden ook andere materialen voor het maken van lampions gebruikt, zoals karton, papier en dergelijke. Als verlichting werd een kaars of waxinelichtje gebruikt voor verlichting. Dat is tegenwoordig te gevaarlijk, zeker met de papieren lampions, daarom worden nu lampjes gebruikt die branden op batterijen. Het meest lastige van de kaarsjes was wel dat deze vaak uitwaaiden en telkens opnieuw moesten worden aangestoken en dat was op 11 november geen eenvoudige zaak, want het kon (kan) dan flink regenen en waaien.
Tot slot nog een punt. 11 november is ook, "de elfde van de elfde", de dag waarop om elf minuten over elf (11.11 uur) de eerste vergadering wordt gehouden door de Raad van Elf, ter voorbereiding op het Carnaval. In Midden-Kennemerland heeft dit aspect van het Christendom minder aandacht gekregen.
Bestaat zoiets als "Een typische Kennemer"?
Om direct met de deur in huis te vallen: Dé Kennemer bestaat niet. Evenmin bestaat een typisch Kennemer klederdracht of culinaire keuken. Toch zijn er kenmerken die interessant zijn, waarmee Midden-Kennemerland zich wellicht onderscheidt van andere gebieden. Kijken we naar de historie, dan zien we bij voorbeeld dat de bewoners van Kennemerland met enige regelmaat in opstand komen en daarbij niet altijd achteraan staan (b.v. 1204 Loonse oorlog, 1426 steunverlening aan Jacoba van Beieren, 1492 Kaas- en Broodopstand). Het heeft iets van een Querilla-mentaliteit, een aanpak die de Friezen ook al toepasten toen zij de graven van Holland van zich afhielden. De aanpak bestond uit snel toeslaan, met of zonder succes, gevolgd door een even snelle terugtrekkende beweging om daarna weer het normale leven op te pakken. De onderlinge banden waren niet erg sterk, behalve als er iets ondernomen moest worden. Dan werden gelegenheidsbanden gesmeed. Met een gezamenlijk belang voor ogen werd samen opgetrokken tegen "het kwaad".
Het samen iets willen zijn, is er niet bij. In 1940 is gestart met pogingen om in Midden-Kennemerland gemeentelijke herindelingen of fusies te realiseren. Maar elke poging daartoe is tot op heden mislukt. De IJmondproblematiek in de jaren vijftig van de vorige eeuw getuigt daarvan. Ook de actie in 1972 "Drie-in-één-Neen", waarbij tegen de plannen van de regering werd opgetrokken: één stad in de IJmond (IJmondstad). Ook de bestuurlijke samenwerking via de gemeenschappelijke regeling "Het Gewest IJmond" ging in 1999 ten onder. Mensen in Velsen hebben weinig op met die uit Beverwijk. Ook botert het niet altijd tussen mensen uit Heemskerk en Beverwijk. Gaan we een slag dieper en kijken we naar de buurtschappen, dan zien we dezelfde afstand tussen groepen mensen. Mensen uit Wijk aan Zee voelen zich niet verbonden met die uit Beverwijk. Voor IJmuidenaren geldt hetzelfde ten opzichte van Velsen-Zuid, Driehuis of Santpoort, die onderling ook weer hun eigenheid hebben. En voor mensen uit Heemskerkerduin en het dorp Heemskerk is het al niet veel anders. De interne gerichtheid, op de eigen gemeenschap of buurtschap, is groot.
Bij het aanwijzen van de oorzaak, waarom er geen eenheid in Midden-Kennemerland is, wordt vaak gewezen op de aanwezigheid van het Noordzeekanaal. Echter, het Noordzeekanaal ligt geheel in de gemeente Velsen en "nog maar" sinds 1876. De stad Beverwijk (1298) samen met het ambacht Wijk vormden eeuwen lang een afzonderlijk bestuurlijk- en rechtgebied (1298-1795). Vielen Velsen en Heemskerk onder het baljuwschap van Kennemerland, Beverijk met Wijk aan Zee en Wijk aan Duin vielen onder het baljuwschap van Beverwijk. Bovendien vonden handelsactiviteiten plaats in de stad Beverwijk, waar periodiek markten werden gehouden. De economische activiteiten waren gericht op Amsterdam, waar de wereldhandel plaatsvond. In het netwerk van markten vormde Beverwijk een toeleverancier en afnemer van de Amsterdamse markten (vis, vruchten en groenten). De mentaliteit die heerste in de stad Beverwijk, die anders was dan in de omliggende dorpen, is ook blijven voortbestaan nadat Beverwijk formeel geen stad meer was (1798). Beverwijk bleef tot in de 20e eeuw nog wel een belangrijke centrumgemeente met een kantongerecht en een veiling. Het voortbestaan van de stadse mentaliteit te Beverwijk ten opzichte van het omliggende plattelandsgemeenten (Velsen en Heemskerk), vormt wellicht een interessante oorzaak voor het ontbreken van eenheid in het gebied. De mobiliteit van mensen in Midden-Kennemerland is niet erg hoog. Hierdoor blijven bepaalde cultuurkenmerken lang voortbestaan. Nieuwkomers conformeren zich aan de cultuurkenmerken van de gevestigde bevolking. Het instituut "de gemeente", de bestuurlijke eenheid, draagt daar weinig toe bij of af. De verschillende culturen houden zich weinig bezig met het lokaal bestuur of meer nog de gezamenlijkheid: wat bindt ons samen. Dat is misschien nu juist het kenmerk van de (over)heersende volkcultuur, die van een typische Kennemer!